Is God Eén of Drie

Switch to English version

Niemand weet beter of Hij één of drie is dan God zelf. Laten we even aannemen dat Gods natuur drie-enig is: drie personen in Eén. We mogen er zeker van uitgaan dat God in staat is om dit concept aan Zijn aanbidders over te brengen als Hij dat zou willen. Laten we nu veronderstellen dat Hij dit idee van drie-eenheid inderdaad aan mensen wil bekendmaken. Hoe zou Hij dat doen? Hij zou er duidelijk, eenvoudig en direct over kunnen zijn, want het is niet moeilijk om te zeggen: "Ik ben drie" of "Ik ben drie in Eén: de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest".

Aan de andere kant zou God ervoor kunnen kiezen om Zichzelf stap voor stap, door het hele Oude Testament heen, aan Zijn uitverkoren volk te openbaren. Op die manier zouden de Joden tegen het eind van die 39 geïnspireerde boeken een doordacht begrip van de waarheid dat "God Drie is" kunnen hebben.

De eerste zin van de Bijbel is "In het begin schiep God de hemel en de aarde". Het Hebreeuwse woord voor God is elohim wat letterlijk "goden" betekent. Dus dit is misschien wel de eerste hint naar een meervoudigheid in Gods natuur. Maar, er staat "goden", zonder een aantal te suggereren. Dat de Joden dit niet zo interpreteerden, blijkt uit de manier waarop ze het Hebreeuws in het Grieks vertaalden in de derde eeuw v.Chr. Ze vertaalden niet met theoi, hetgeen "goden" betekent. Nee, ze gebruikten ho theos wat staat voor De God, in het mannelijk enkelvoud.

Het tweede vers van de Bijbel vermeldt eerst nog iets anders: "Gods geest zweefde over het water". Dit woord "geest" komt van het Hebreeuwse ruach, wat zowel adem als wind kan betekenen. In het Grieks staat er voor deze zin kai pneuma theou oftewel "de adem van De God." Een pneuma of ruach is een onzichtbare kracht die een druk uitoefent zoals wind dat doet. Pneuma of ruach is geen persoon, het is een kracht. Sommige vertalers gebruiken dan ook de term "wind" (bvb. GNB) in plaats van het oude woord "geest".

In een vers wat verderop (26) spreekt Elohim (of ho theos), De God, tot iemand anders: "En (De) God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn’" (NBV). Spreekt De God hier tegen Zichzelf, alsof Hij meervoudig was? De Joden zagen het in ieder geval niet zo. Zij dachten dat die anderen engelen waren (Job 38:4-7). Het valt niet uit te maken, als we lezen vanaf vers 1, wie in die "wij" vervat zit. Pas na duizenden jaren van terugblikken bouwen trinitariërs een drie-eenheid op van de "God" in vers 1, de "geest" in vers 2, en de "Zoon" (of, de Geest en de Zoon) in vers 26. Natuurlijk, enkel één van deze wordt met "God" benoemd in verzen 1 en 26. Niets in die verzen bewijst dat de geest een persoon is, of dat in vers 26 de Zoon bedoeld wordt. Dit zijn ideeën die men pas later op de tekst in Genesis projecteerde.

Welke conclusies kunnen we trekken uit het eerste hoofdstuk van Genesis? We hebben enerzijds de Schepper, De God (ho theos verzen 1, 26). Dan is er nog de wind of adem van De God die over het water beweegt. En tenslotte zijn er in vers 26 de anderen waar naar verwezen wordt met "wij" en "ons". Dat God hier niet bezig is een mysterieuze drie in Zijn natuur te omschrijven, lijkt toch wel de eerlijkste conclusie. Als dat wel zo was, dan hadden de Joden die betekenis meteen gevat.

Hoe zou God deze verzen geïnspireerd kunnen hebben als hij de meervoudigheid van zijn natuur in drie personen had willen duidelijk maken? Het zou niet moeilijk geweest zijn om, met een oneindige woordenschat achter de hand, te zeggen: "In het begin schiepen de drie naturen van God... en de Derde Persoon zweefde over het water. ... En, de meervoudige natuur van God zei tegen Zichzelf: ‘Laten wij... ’". Dit zou niet moeilijk geweest zijn.

Aan de andere kant, als de waarheid is dat "God Eén is", dan zou Genesis 1:1 spreken over één God, De God. De goddelijke adem of wind van De God bewoog over het water. Dan, in vers 26, spreekt De God (ho theos) tot een onbekend aantal anderen die deelnamen in het scheppen van de mens. Het maakt niet uit hoeveel er betrokken zijn in de woorden "wij" en "ons", er is maar één God, De God, die één of meer onbenoemde andere(n) het bevel geeft.

De Naam van God — "Eén" of "Drie"?

De Naam van God wordt geïntroduceerd in Genesis 2:4. Wat betekent die Naam? Brengt het een idee over van drievoudigheid of duidt het op enkel Eén? Daar bestaan meningsverschillen over. Maar toen de Joden van de derde eeuw het Hebreeuwse woord YHWH in het Grieks vertaalden, gebruikten ze de woorden ho On wat volgens de meeste geleerden "Degene Die Is" betekent. Brengt de betekenis van de Naam meervoudigheid over, of eenheid? Is het niet het eerlijkst om te stellen dat ho On enkel het idee van de Ene overbrengt?

Als God zijn drievoudige natuur had willen openbaren, zou het niet moeilijk geweest zijn om woorden als ho trias — De Drie — te gebruiken. Of nog, ho theos trias — De God Drie, of De Drie-God.

Is God "Eén" of "Drie" in het Oude Testament?

De Joden hebben nooit een drievoud in God gezien, wat de Griekse Filosofen en de Oudegyptische priesters wel deden. Het concept van een drie-enige god, of drie goden in één, bestond al in die tijd, in de religieuze culturen van de Antieke Wereld. Het zou niet moeilijk geweest zijn om hetzelfde idee over te brengen, als dat hetgeen was wat God wilde. Waarom het idee van de Ene naar voren brengen als het eigenlijk om Drie ging, en dat terwijl alle religies rond Israël al drie-eenheden hadden?

We kunnen eigenlijk stellen dat niets in het OT het idee van een drie-eenheid naar voren brengt, anders zouden de Joden toch de eersten geweest zijn om dat begrip te vatten. Alleen terugkijkend door een trinitarische bril kunnen drie-eenheidgeobsedeerde christelijke geleerden trinitarische beelden opbouwen in Genesis hoofdstukken één en achttien; of ook in Jesaja 6:3.

De trinitarische verdraaiing van Deuteronomium 6:4 is een toonbeeld van deze geforceerde interpretatie — op zoek gaan naar drie terwijl er maar Eén is. In dit vers verklaart de Shema dat de HEER één is. Omdat het Hebreeuwse echadh zowel "één" als "eerste van anderen" kan betekenen, zegt men dat dit vers "de meest uitdrukkelijke verklaring van de Drie-eenheid in de hele Bijbel is"! Zelfs als we de trinitarische uitleg van het Hebreeuwse woord voor "één" zouden aannemen, nl. dat het woord op een bepaalde manier "één van meerdere" aanduidt, dan nog is een retrospectieve trinitarische bril nodig om hier drie in te zien in plaats van een onbekend aantal.

Is God "Eén" of "Drie" in het Nieuwe Testament?

Als we het Nieuwe Testament nemen, kunnen we dezelfde vraag stellen: Hoe zou God kunnen bekendmaken dat Hij drievuldig is en niet één enkele persoon? Het is niet moeilijk om te schrijven: "Onze God is drie." Maar we vinden niets wat er ook maar enigszins op lijkt terug.

Jezus de Nazarener heeft gelegenheid in overvloed om het getal drie in een zeker verband met God te gebruiken. Zie Joh 8:16-18: "...omdat ik niet alleen ben, maar samen met de Vader die mij gezonden heeft. In uw wet staat geschreven dat het getuigenis van twee mensen betrouwbaar is (Deuteronomium 19:15). Wel, ik getuig over mezelf, en de Vader die mij gezonden heeft, getuigt over mij’". Kan iemand ontkennen dat er hier een enorme gelegenheid ligt om de "drie" uit Deuteronomium 19:15 (NBG) te gebruiken en zo de drievoudige natuur van God te openbaren? Jezus zou zonder probleem hebben kunnen zeggen: "In uw wet staat geschreven dat het getuigenis van drie mensen betrouwbaar is. Wel, ik getuig over mezelf, en de Vader die mij gezonden heeft, getuigt over mij, en de Heilige Geest getuigt ook over mij.’" Als Jezs een trinitariër was geweest, had hij eigenlijk dezelfde bewoordingen als in de neptekst, 1 Joh 5:7, kunnen gebruiken.

Paulus heeft zeker weet van het getal drie, want hij gebruikt het in 2 Korintiërs 12:2 (tritou), 14 (triton); 13:1 (triton, trion), en dat laatste vers staat in verband met de regel van Deuteronomium 19:15 en een meervoud aan personen. Paulus citeert Deuteronomium 19:15 ook, maar hij voegt "drie" (NBG) toe, waarmee wordt aangetoond dat Jezus hetzelfde had kunnen doen.

Het is toch vreemd dat als Jezus deel zou zijn van een drie-enige Godheid — en hij zou dat zeker beseffen — hij zijn kans zou laten liggen in Johannes 8:17, 18. We mogen toch wel veronderstellen dat een echte trinitariër zich niet tot twee zou beperkt hebben in zijn pleidooi, maar met een 1 Johannes 5:7 op de proppen zou zijn gekomen.

Jezus krijgt een andere gelegenheid wanneer hij in Markus 12:29 de Shema van Deuteronomium 6:4 citeert: "Jezus antwoordde: ‘Het eerste is: "Hoor, Israël, de Here, onze God, de Here is één"’". De Joodse schriftgeleerde begrijpt wat Jezus bedoelt en zegt: "Inderdaad, Meester, naar waarheid hebt Gij gezegd, dat ‘Hij één is en dat er geen ander is dan Hij’". Jezus zegt hem dan dat hij "niet ver van het koninkrijk van God is". (Markus 12:29-34 NBG) Jezus had eenvoudigweg de trinitarische uitleg hebben kunnen geven van het Hebreeuwse echadh of het Griekse heis als verwijzend naar drie personen. In plaats daarvan prijst de Nazarener de schriftgeleerde om zijn conclusie: "(Hij is) een enig God, en er is geen ander dan Hij" (SV), iets wat niet gezegd kan worden als God drie zou zijn.

Deze gelegenheid, om in één formulering de drie te combineren, dient zich ook weer aan in Mattheüs 11:27: "Niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is, dat weet alleen de Zoon, en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren". (NBV) Waarom zou de Zoon de Derde Persoon van de heilige Drie-eenheid weglaten? Want als de drie-eenheidleer waar zou zijn, dan zou de Geest toch zeker ook de Vader en de Zoon kennen. Het zou gemakkelijk geweest zijn om te zeggen: "Niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is, dat weten alleen de Zoon en de Heilige Geest, en die Geest weet zowel wie de Zoon als de Vader zijn en Hij is door hen gekend".

Ook Paulus maakt duidelijk dat "God Eén is" en laat elke gelegenheid om het mysterie van de drie-eenheid uit te leggen onbenut. Twee keer, telkens in de context van andere goden — met de gelegenheid om een zekere drievuldigheid te vormen — benadrukt Paulus dat "God Eén is". Eerst in Galaten 3:20: "Een middelaar is niet (de vertegenwoordiger) van één; God echter is één. [ho de theos heis estin]" (NBG). Paulus herhaalt dit in 1 Timotheus 2:5: " Want er is maar één God [heis gar theos], en maar één bemiddelaar tussen God en mensen". Net zoals er maar "één bemiddelaar" is, en niet een soort meervoudige, zo is er ook maar één God.

Juist waar Paulus het over de verscheidenheid van "goden" heeft, spreekt hij over maar één God: "Wij weten... dat er maar één God is. ... Wij weten: er is één God, de Vader, uit wie alles is ontstaan en voor wie wij zijn bestemd, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles bestaat en door wie wij leven." (1 Korintiërs 8:4, 6 NBV). En je kan er niet naast kijken: de Heilige Geest ontbreekt. Alhoewel Paulus hier volop de gelegenheid heeft en de taal grondig beheerst, laat hij de kans liggen om te zeggen: "Voor ons is God drievoudig: de Vader, de Heer Jezus, en de Helige Geest." Het is een eenvoudige zin. God Zelf had Paulus kunnen inspireren om de drie-enige Godheid bekend te maken. Waarom laat Hij die gelegenheid liggen?

Ten slotte zullen sommigen meteen doorbladeren naar Efeziërs 4:4-6, een gedeelte dat men vaak bestempelt als een formulering van de Drie-eenheid. Lees het aandachtig en eerlijk: "één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is" (NBV). Deze verzen benoemen slechts "één" als God. Het is geen formulering van een drie-eenheid, maar in plaats daarvan hebben we hier zeven "enen". Alleen die "ene God" is "boven allen" — en tot die allen behoren ook het "ene lichaam" van Christus, de "ene Geest" en de "ene Heer".

Stel dat Paulus een trinitariër was geweest en dat een Drie-enige God hem had geïnspireerd. Zou Paulus dan Efeziërs 4:4-6 op deze manier hebben neergepend? Want wanneer hij spreekt over de "ene God", laat hij de geest en Jezus achterwege, en noemt hij enkel de Vader, die "boven allen" is, dus ook boven de geest en Jezus.

Samenvatting

We willen het bovenstaande aanbieden als een stelling van de Bijbelse waarheid dat "God Eén is" en geen drie. We willen er op wijzen dat als "God Drie" zou zijn, de Bijbel toch een andere kant lijkt op te gaan. We gaan ervan uit dat God in staat is om een simpele waarheid aangaande zijn Drie-zijn over te brengen. Als dat zijn bedoeling zou zijn, dan schiet hij daar toch schromelijk in tekort, gezien de vele verklaringen dat "God Eén is". We vragen dan ook: waarom het getal "Drie"?

Friends of the Nazarene Publishing

Nazarene Commentary 2000© by Mark Heber Miller

Back to Index to Biblical Articles